Het Stift 15, 17 (19, 21). Indirect zijn de Stiftshuizen de voortzetting van de westvleugel van het middeleeuwse klooster. Van de huidige gerestaureerde Stiftshuizen zijn het middelste, hoge pand en het rechter losstaande pand (ooit spijker of voorraadschuur) in het begin van de 19e eeuw gesloopt en pas in 1974 weer helemaal Het linkerpand (nr. 15) is wel altijd blijven staan. Dit was een belangrijk huis, want de woning van de Vrouwe van Weerselo, de “priorin” van de protestantse

Stiftdames.
Het gebouw werd rond 1730 verkocht aan de familie van Bentinck-van Weleveld, zoals de wapensteen boven de ingang aangeeft. De wapensteen is bij een restauratie in 1936 geheel vernieuwd.

In 1806 kocht ds. G.W. Stork het Stiftshuis van de familie Du Tour van de Bellinkhof, ook geschreven als Bellinckhave, die evenals zoveel andere edelen in de Franse tijd in de problemen was geraakt. Dominee Stork ging in het huis wonen, dat daardoor de pastorie van het Stift werd genoemd. Ook zijn opvolger J.H. Stork gebruikte de pastorie tot aan zijn dood in 1878. Tussen 1900 en 1920 werd het bewoond door enkele huisartsen en daarna tot 1933 door de directeur van de zuivelfabriek.

Na een flinke restauratie werd het aan enkele diaconale instellingen verhuurd. Na de Tweede Wereldoorlog is het in de jaren ’50 en het begin van de jaren ’60 een vormingscentrum van de Nederlands-hervormde Kerk geweest. Tenslotte heeft het tot 1974 een aantal jaren leeg gestaan. In 1974 werd het gerestaureerd; tevens werden toen het aangrenzende gebouw en de ‘spijker’ herbouwd. De Stiftshuizen staan er nu dus weer in hun 18e eeuwse allure. Tegenwoordig wordt het particulier bewoond.